Binnenkort, als het (Hervormings)verdrag van Lissabon, aka de Europese grondwet-die-geen-grondwet-genoemd-mag-worden, geratificeerd is door alle lidstaten krijgen we een permanente voorzitter van de Europese Raad, wat neerkomt op een heuse Europese president. Weliswaar eentje met minder bevoegdheden dan zijn collega's, gezien de EU geen echte natie is. Fantastische zaak op het eerste zicht: een versterking van de EU als volwaardige gesprekspartner en samenwerkingsplatform. Eenheid in verscheidenheid.
Een president, dat doet ook denken aan heuse presidentsverkiezingen. Maar helaas: wij gaan onze Europese president niet verkiezen. Er zal geen race zijn naar het Résidence Palace. Er zal ook geen campagne zijn. Eigenlijk zullen er zelfs geen kandidaten zijn. Er worden namen gesuggereerd, ja. Tony Blair, Jean-Claude Juncker, Bertie Ahern, José María Aznar. Maar heel waarschijnlijk wordt te elfder ure nog iemand anders uit de hoed getoverd. Iemand zonder scherpe tegenstanders, en dus wellicht zonder mening. De kandidaten zullen niet met elkaar in debat gaan en het publiek zal voor- en tegenargumenten niet kunnen afwegen. Bij ons wordt de president aangeduid. Door de grote jongens en dat ene meisje. Door de Merkels, de Sarkozy's, de Letermes, de Balkenendes, de Berlusconi's, god betert. Zij zullen onder elkaar uitmaken wie onze president wordt, zoals de kardinalen onderhandelen over wie de nieuwe paus wordt.

Nee, helemaal niet logisch als je 't mij vraagt, en een ferm gemiste kans. Dit terwijl net wij de democratie ook willen uitdragen naar de rest van de wereld. Naar overal waar er een president wordt verkozen, sturen wij waarnemers. Om te controleren of iedereen die dat wilde zich kandidaat kon stellen. Of de campagne fair verlopen is. Of er niet gefraudeerd werd bij het tellen van de stemmen. Of er niet gefoefeld is met de stembiljetten. Of de stembussen ordentelijk gesloten waren. Wie een slecht rapport krijgt, wordt gestraft. We geven de leiders geen visa meer, we bevriezen hun tegoeden, we schorten de handel op. Europa lacht er niet mee als de democratie met de voeten wordt getreden. Behalve als het om zichzelf gaat blijkbaar.
In het kader van dit debat organiseert het Vlaams-Nederlands huis deBuren een lezingenreeks onder de titel 'De President van Europa'. Tijdens drie avonden houden telkens twee sprekers een prikkelende verkiezingsrede, uitgaande van de oproep:'Kies mij als president van Europa!'. Gisteren ging de tweede avond door. Een van de sprekers was Hendrik Vos, hoogleraar Europese Politiek aan de UGent, Centrum voor EU-studies. Hier in het midden op de foto, genomen na ons Europadebat met Frieda Brepoels en Bart Staes. Een verkorte versie uit zijn toespraak is terug te vinden in De Standaard. Ik vind het echter een bijzonder goed stuk dat bovendien fantastisch verwoord is, en neem het dan ook graag over, hieronder bij "lees meer". Ook de stukjes cursief hierboven zijn overgenomen uit zijn tekst: ik kon het gewoon niet beter verwoorden. Hoog tijd dat Europa de ballen krijgt om te doen wat het belooft te doen, om die prachtige ambities en nobele doelstellingen ook in realiteit om te zetten. Dat zou pas de Change zijn die we hier nodig hebben!
Beloofd is beloofd
Het is presidententijd. Amerika heeft zijn spektakel gehad, indrukwekkender dan de opening van de Olympische Spelen, straffer dan de landing op de maan, glorieuzer dan de Gentse Feesten. Het is nu tijd voor Europa. Ik beloof het u, we gaan het beter doen. Met scherpere speeches, sterkere running mates, met meer passie, meer emotie, meer tranen. De Europese President, er wordt soms aan getwijfeld, maar hij komt er. Volgend jaar, of binnen twee jaar, maar hij komt er. Hij werd vermeld in de Verklaring van Laken, hij werd gesteund door de Conventie, hij was voorzien in de Grondwet, hij is gerecupereerd in het Verdrag van Lissabon, desnoods wordt hij binnengesmokkeld langs een juridische achterdeur, maar hij komt er. Of zij komt er. Maar er zijn weinig vrouwelijke kandidaten, helaas.
Ik ben kandidaat, en ik zal u vertellen waarom ik kandidaat ben. Maar ik wil u eerst iets anders zeggen. De omstandigheden maken het ons niet makkelijk om er een even fijn feest van de democratie van te maken als onze Amerikaanse vrienden. Nochtans hebben wij, naar men zegt, die democratie wel uitgevonden. Een land kan trouwens maar toetreden tot de Europese Unie als het af en toe verkiezingen organiseert. Wij willen de democratie ook uitdragen naar de rest van de wereld. Naar overal waar er een president wordt verkozen, sturen wij waarnemers. Om te controleren of iedereen die dat wilde zich kandidaat kon stellen. Of de campagne fair verlopen is. Of er niet gefraudeerd werd bij het tellen van de stemmen. Of er niet gefoefeld is met de stembiljetten. Of de stembussen ordentelijk gesloten waren. Wie een slecht rapport krijgt, wordt gestraft. We geven de leiders geen visa meer, we bevriezen hun tegoeden, we schorten de handel op. Europa lacht er niet mee als de democratie met de voeten wordt getreden.
Maar wacht even. Hoe zit dat met onze president? Wij gaan onze Europese president niet verkiezen. Er zal geen race zijn naar het Résidence Palace. Er zal ook geen campagne zijn. Eigenlijk zullen er zelfs geen kandidaten zijn. Er worden namen gesuggereerd, ja. Tony Blair, Jean-Claude Juncker, Bertie Ahern, José María Aznar. Maar heel waarschijnlijk wordt te elfder ure nog iemand anders uit de hoed getoverd. Iemand zonder scherpe tegenstanders, en dus wellicht zonder mening. De kandidaten zullen niet met elkaar in debat gaan en het publiek zal voor- en tegenargumenten niet kunnen afwegen. Bij ons wordt de president aangeduid. Door de grote jongens en dat ene meisje. Door de Merkels, de Sarkozy's, de Letermes, de Balkenendes, de Berlusconi's, god betert. Zij zullen onder elkaar uitmaken wie onze president wordt, zoals de kardinalen onderhandelen over wie de nieuwe paus wordt.
Maar wij zijn toch geen bananenrepubliek? Wij moeten Wit-Rusland of Zimbabwe toch niet achternadoen? Wij zijn toch het Vaticaan niet?
Precies daarom ben ik kandidaat. Omdat er eigenlijk geen kandidaten mogen zijn. Maar ik eis mijn democratisch recht op. De strijd voor het presidentschap is nu open. En ik heb een programma. Ik wil u geen revolutionaire slogan aanpraten, ik vraag zelfs geen radicale ommezwaai. Change, dat is voor Amerika. Ik wil dat wij, in Europa, heel eenvoudig, doen wat we zeggen.
Ik geloof in Europa, omdat Europa een vat vol goede voornemens is, al vele jaren. In Maastricht in 1991 gingen we werk maken van een gemeenschappelijk buitenlands beleid, in Luxemburg in 1997 gingen we de werkloosheid bestrijden, in Tampere in 1999 gingen we een humaan asielbeleid ontwikkelen, in Göteborg in 2000 sloegen we de weg van de duurzame ontwikkeling in, en - als klap op de vuurpijl - in maart 2007, hier in Brussel, gingen we de opwarming van de aarde stoppen. En tussendoor hebben we ook gezegd dat we een eerlijk handelsbeleid zouden voeren en ontwikkeling en mensenrechten promoten, overal in de wereld, we gingen de interculturele dialoog voeren, de armoede uitbannen.
De Europese ambities zijn grenzeloos. En ze zijn nobel. Maar hoe zit het op het terrein? De Europese samenwerking is geen débacle, zeker niet. We hebben vrede, we zijn betrekkelijk welvarend, onze milieuwetgeving is behoorlijk streng, de consumentenbescherming is goed geregeld. In vergelijking met de rest van de wereld doen we het niet slecht. Maar precies daarom kunnen we het ook nog heel wat beter doen.
We zijn in het Europese jaar van de interculturele dialoog, we hebben een fotowedstrijd georganiseerd, en straks misschien ook een kleurwedstrijd of een interculturele zeepkistenrace. Maar een echt beleid rond interculturaliteit, hebben wij dat? Er zijn werkgroepen opgericht en comités en commissies en expertenvergaderingen. We hebben gebrainstormd in Brussel en in Luxemburg, ook wel eens in Warschau, en uiteraard in Straatsburg, over het klimaat en over werkloosheid, over asiel en migratie, over de strijd tegen armoede en over een moedig ontwikkelingsbeleid. Aan goede intenties heeft het ons nooit ontbroken. Aan veel vergaderzucht evenmin, en gelukkig ook niet aan een sterke lever. De meeste studiedagen eindigen met een receptie. De meeste gewone dagen eigenlijk ook. Maar op het einde van de dag, bij het laatste glas wijn, moesten we vaststellen dat vele plannen dode letter bleven.
Hoe zit het dan met onze geloofwaardigheid? Terwijl de camera's draaiden en er op alle banken applaus klonk, heeft Europa aangekondigd dat de uitstoot van broeikasgassen met minstens twintig procent omlaag zou gaan. Want wij zouden het voortouw nemen in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Maar waar staan we vandaag? De autoconstructeurs willen alleen meewerken als ze subsidies krijgen. De chemie en de aluminiumbedrijven willen aan de kant blijven. De Duitsers steunen de autoindustrie, de Polen willen steenkoolcentrales. Allemaal goed en wel, maar zo komen we er niet. De hoogmissen, daar zijn we goed in. Maar er zitten farizeeërs in de tempels, er wordt met een gespleten tong gesproken, de particuliere belangen van sommige landen, van sommige groepen wegen zwaarder dan al onze nobele engagementen en goede bedoelingen.
Europa wil van de wereld een betere plek maken. We hebben dat beloofd. We hebben het beloofd aan Ban Ki-moon, we hebben het beloofd aan de Palestijnen, we hebben het beloofd aan de Congolezen, we hebben het beloofd aan de werklozen, we hebben het beloofd aan die zwangere vrouwen in hun bootjes op weg van Afrika naar een beter leven. Mijn programma als kandidaat-president is heel eenvoudig. Drie simpele woorden die Europa zullen veranderen, die de wereld zullen veranderen: Beloofd. Is. Beloofd.
Als we een force for the good willen zijn, dan is het na alle plannenmakerij nu tijd voor actie. Precies daarom wil ik een sterke president zijn. Niet iemand die bij het begin van de vergadering in drieëntwintig officiële talen goeiemorgen zegt, koffie inschenkt, met pralines rondgaat en minzaam lachend op de foto staat. Geen protocolaire rol voor mij, ik wil macht. Macht om iedereen op zijn verantwoordelijkheid te drukken. Ik zal geliefd zijn en bewonderd worden. Maar ik zal ook gevreesd zijn en mijn tegenstanders zullen talrijk zijn. Mijn tegenstanders zijn zij die hun kortetermijnbelangen laten voorgaan op de afspraken die we maakten. Mijn tegenstanders zijn vooral ook zij die niet geloven in een Europese aanpak. Want laat daar geen misverstand over bestaan: we zijn elk afzonderlijk te klein om de uitdagingen van vandaag aan te pakken. We moeten het samen doen. Mijn tegenstanders zijn ook zij die twijfelen aan onze fraaie ambities. Die dromen van een Europees rakettenschild, die de doodstraf willen invoeren en die het smeltende ijs van onze planeet zien als een opportuniteit om naar olie te boren. Vergis u niet, er zijn Europeanen die Amerika willen kopiëren. Mijn programma is een Europees programma, gebouwd op plannen die we zelf lanceerden, maar door omstandigheden nog niet realiseerden.
1786 woorden posted in Politiek (87 views), Verstuur reactie
This entry was posted on Nov 19, 2008 at 22:19:21 and is filed under Politiek. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed, or leave a response (below) , or trackback from your own site .
Nog geen Reacties/TrackBacks/PingBacks op dit artikel ...
Vorig artikel: De belangrijkste bekommernissen in de dialoogVolgend Artikel: Lightrail naar Gent-Zeehaven mogelijk!?